Waarom niet iedereen ZZP-er?

Woensdag 15 Aug 2018
Op 23 juli 2018 deed de rechtbank in Amsterdam uitspraak in de zaak Deliveroo, bekend van bezorgmaaltijden. In meerdere opzichten een interessante kwestie en een markering in een maatschappelijke ontwikkeling. Wat speelt er?

Een bezorger in loondienst kreeg van Deliveroo te horen dat zijn dienstverband eindigde. Hij kon zich wel als ZZP-er melden voor werk. Deliveroo wilde namelijk niet meer met werknemers, maar alleen nog met ZZP-ers werken. De bezorger meldde zich als ZZP-er, maar startte direct een procedure waarin hij stelde in dienst te zijn van Deliveroo. Als werknemer heeft hij namelijk een betere rechtspositie. Zo geniet hij ontslagbescherming en heeft hij recht op WW en loondoorbetaling bij ziekte. Die rechtsbescherming maakt arbeid duurder, vandaar dat Deliveroo liever met zelfstandigen werkt. En niet alleen Deliveroo, maar ook Uber, Helpling, Post NL, krantenbezorgers, de bouw, de zorg en de agrarische sector maken volop gebruik van ZZP-ers. Waar op onderdelen van de Nederlandse arbeidsmarkt werknemers vastgeroest zitten aan hun werkplek, is op andere onderdelen juist sprake van een sterke flexibiliseringstrend.

Flexibiliteit is een groot goed voor zowel werkgevers als medewerkers. Medewerkers kunnen werken wanneer zij willen. Platform-economie wordt het genoemd. Als zij tijd en zin hebben of behoefte aan inkomen melden werkers zich aan op een platform. Zij krijgen dan opdrachten van een computer, bijvoorbeeld ‘breng meneer X van A naar B’, of ‘bezorg een maaltijd van restaurant Y bij mevrouw Z’. Vooral voor werkgevers is het ideaal, want die betalen per opdracht en als er geen werk is hebben zij ook geen arbeidskosten.

Er is ook nog een fiscaal aspect, namelijk het verschil in belastingdruk voor werknemers en zelfstandigen. De overheid bevordert zelfstandigheid door een aantal fiscale voordelen, zoals zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling (14% van alle verdiensten zijn vrijgesteld van belastingheffing). Die faciliteiten zorgen ervoor dat een zelfstandige van zijn inkomsten netto aanzienlijk meer overhoudt dan een vergelijkbare werknemer, de werknemerskloof.

Een verstandige zelfstandige gebruikt die extra bestedingsruimte voor pensioenopbouw en een goede inkomensverzekering. Er zullen ook zelfstandigen zijn die verleiding niet kunnen weerstaan om het extra inkomen te besteden aan het hier en nu. Geen verzekeringen en niet sparen, vanuit de gedachte wie dan leeft wie dan zorgt.

De overheid weet hier nog niet goed mee om te gaan. De Wet DBA had schijnzelfstandigheid moeten tegengaan, maar die wet is op non-actief gesteld. Handhaving van die wet is al verschillende keren uitgesteld, laatst tot 1 januari 2020. Vóór die datum wil het kabinet met een andere wet komen. Er wordt druk gesproken met werkgevers en belangengroepen.

Is het de taak van de overheid voor haar onderdanen die afweging te maken? Hen te verplichten verzekeringen af te sluiten en te sparen voor later, ten koste van het directe genot van hun inkomen?

Een liberale regering zal beseffen dat flexibiliteit de pendant is van vrijheid[1] en doet er goed aan zich te beperken in paternalisme. In die zin is er geen reden tot bestrijden van zelfstandigheid, zelfs niet van schijnzelfstandigheid.

Wel behoort het, naast de zorg voor goed onderwijs en gezondheidszorg (om maar enkele aandachtsgebieden te noemen), tot de overheidstaken om iedereen een bestaansminimum te garanderen; een vangnet voor als het misloopt, ongeacht of de narigheid door eigen schuld is veroorzaakt, dan wel van buiten komt. Iedereen heeft tenslotte recht op bed, bad en brood.

 

[1] Zie ook het Opniniestuk van minister Wouter Koolmees in FD van 6 augustus 2018

 

drs. Adri Bremmer

a.bremmer@syncount.nl

0172-619224